Boekrecensie: Big bang in onderwijs. Het pad naar een leerkrachtige school (Larock en Smits)

Alleen wie leert, wordt weerbaar
Recensent: Bert Peene, freelance docent en journalist voor o.a. Managementboek Magazine, het VO-magazine en de nieuwsbrief van de VO-academie
Wat moeten scholen leerlingen aanbieden om op een dag klaar te zijn voor de wereld? Hoe kunnen zij binnen snel veranderende maatschappelijke kaders, in dialoog met de samenleving, eigen keuzes maken, zowel inhoudelijk als op het vlak van vaardigheden en methodieken? Die vragen vormden de aanleiding tot het schrijven van een krachtig pleidooi voor een ‘leerkrachtige school’. Leerkrachtige scholen organiseren zich wendbaar rond fundamenteel leren. Ze houden niet vast aan hoe-we-het-altijd-met-succes-hebben-gedaan, ze gaan ook niet mee met de waan van de dag, maar geven zelf richting aan hun ontwikkeling. Dat maakt ze fundamenteel weerbaar. Om tot zulke leer-krachtige scholen te komen, is meer nodig dan bijsturing of optimalisatie. We hebben, schrijven Yves Larock en Bert Smits, een BIG BANG nodig, ‘een krachtige impuls van binnenuit die een school opnieuw in beweging zet. Niet als een plotse explosie van veranderingen van bovenaf, maar een diepgaande, zelfgestuurde herbronning van wat onderwijs vandaag betekent.’ Voila!
Op zoek naar een bredere kader grijp ik, als het om leren gaat, meestal terug op het werk van Manon Ruijters. Als er iemand zinnige dingen over leren in en van organisaties te melden heeft, is zij het wel. In haar boek ‘Liefde voor leren’ (2017), dat inmiddels gerust een standaardwerk mag heten, deelt zij niet alleen interessante maar ook opmerkelijke inzichten. Bijvoorbeeld dat het nergens zo moeilijk is om over leren te praten als in het onderwijs. Ze schrijft dat met name toe aan het ontbreken van een gemeenschappelijke taal over leren. Dat leidt tot een impasse in de dialoog. Het gebrek aan een gedeelde conceptuele taal maakt het lastig om het samenspel tussen wat er geleerd moet worden, wie er leert en hoe je dat het beste inricht, goed te organiseren.
Over het belang van een Language of Learning, die volgens Manon Ruijters iedere school zou moeten hebben, gaat het in het boek van Larock en Smits niet. Dat wil echter niet zeggen dat een stevig fundament bij hen ontbreekt; zij kiezen alleen voor een andere insteek. Een BIG BANG is een fundamenteel moment waarop een school, bewust en collectief, haar kernvragen durft te stellen: wie willen we zijn als school, waarom doen we wat we doen en, last but not least, wat moet radicaal anders om recht te doen aan onze leerlingen, onze docenten en onze tijd? Je zou dat ook een strategische heroriëntatie kunnen noemen. De ontwikkeling naar een leerkrachtige school – een lerende organisatie – begint bij een inspirerende missie en visie en moet uiteindelijk leiden tot een herontwerp van het systeem.
Het startpunt van de BIG BANG is Peter Senge’s concept persoonlijk meesterschap. Daarover gaat het tweede deel van het boek. De auteurs focussen daarin op de leerkracht van het individu – niet alleen de docent, maar bijvoorbeeld ook leidinggevenden en de directeur – en laten zien hoe persoonlijke bezieling, verantwoordelijkheid en leerbereidheid de eerste energie voor verandering kunnen leveren. In het derde deel introduceren zij zeven energiebronnen die scholen richting en houvast moeten bieden om collectief sterker te worden: Bezielde visie, Integraal samenwerken, Gedeelde werkplekken, Bewuste professionalisering, Actiegericht onderzoeken, Nodig organiseren en Gedragen leiderschap. Inderdaad, samen vormen zij het acroniem BIG BANG. In het vierde en laatste deel formuleren zij aanbevelingen aan overheden, koepels en schoolbesturen om scholen actief te ondersteunen in hun ontwikkeling als lerende organisatie.
De auteurs beloven geen kant-en-klaar model; hun boek moet gelezen worden als een uitnodiging tot een nieuw soort schooldenken. Of ze daarin voldoende geslaagd zijn, waag ik te betwijfelen; daarvoor heeft hun boek een te sterk how-to karakter. Neem het hoofdstuk over een bezielde visie als voorbeeld. Omdat leer-kracht in de visie van de auteurs daar begint – dat is, zeg maar, het fundament – verwacht ik meer dan wat algemene teksten over wat een missie is en hoe je tot een missie komt. De ervaring heeft geleerd dat heel veel scholen juist op dit punt nog een serieuze slag te maken hebben. Leg eens tien willekeurige schoolplannen naast elkaar, van tien verschillende scholen dus, en de teksten over visie en missie zijn volstrekt inwisselbaar. Nadenken over de maatschappelijke meerwaarde van hun school is voor de meeste onderwijsprofessionals een lastige opgave. Ik had daarom graag wat voorbeelden gezien van wat in de ogen van de auteurs een bezielde visie is.
Wie op zoek is naar handige tips&trics, how-to lijstjes voor mijn part, vindt in dit boek heus wel iets van zijn gading. Maar of het onderwijsmensen ook zal (kunnen) inspireren?
Recensent: Wouter Vellema, hoofd bedrijfsvoering - controller Schoonhovens College, Krimpenerwaard
Het onderwijs is vastgeroest en vraagt om een sterke fundamentele herbezinning. Op zoek naar het antwoord op ‘the WHY’: waarom bestaat de school, wat is haar toegevoegde waarde in deze sterk veranderende tijd, wat zijn de unique selling points en wat is hiervoor nodig in cultuur, leiderschap en communicatie? De auteurs pleiten voor een Oerknal om een echte doorbraak te forceren i.p.v. met incrementele stappen en deeloplossingen verder te komen. De onderwijsorganisatie wordt uitgedaagd om ‘leer-kracht’ te ontwikkelen: (pro-)Actief werk maken van de individuele groei én de collectieve groei van de organisatie als systeem.
BIG BANG als acroniem van een zevental elementen die de organisatie helpt om zich systemisch verder te ontwikkelen. Krachtig worden een aantal problemen geschetst waarmee het onderwijs tegenwoordig kampt. Oplossingen lijken zich aan te dienen, waarbij flink aan de boom wordt geschud van huidige beperkende kaders (zoals bijvoorbeeld aangegeven door Leve het Onderwijs, Beter Onderwijs Nederland of de discussie rondom godsdienstvrijheid in het onderwijs), maar hieraan wordt voorbijgegaan.
De auteurs schetsen vanuit een Vlaams perspectief een integrale benadering van verandering. De geschetste interventies zorgen ervoor dat een organisatie verder komt en zijn passend voor de Nederlandse scholen. Echter, de geconstateerde oplossingen kennen bij ons al geformaliseerd beleid, zoals de verplichte samenwerking in de onderwijsregio’s, de aandacht voor het betrekken van interne en externe stakeholders. Ook de geadviseerde benodigde HRM-aandacht vormt al jaren in het professioneel statuut, CAO en strategisch HRM-beleid een actieve toetsgrond voor de verantwoording in het bestuursverslag. In de wetenschap dat beleid nog geen uitvoering is en – als open deur – het altijd beter kan.
De Belgische auteurs zijn als sociaal pedagoog ook oprichter van Schoolmakers, een onderwijsadviesbureau gericht op het Vlaamse onderwijs. Ze gebruiken redelijk gedateerde bronnen (>10 jaar) van waaruit ze putten. Een aantal bronnen zoals het effect van gedrag met de boven- en onderstroom (McClelland), ook gebruikt door Boonstra, zijn nog steeds waardevol. Een belangrijk thema om je bewust van te zijn. De hoofdstukken zijn kort en prettig leesbaar.
Voor de beleidsmakers die een nieuw Koersplan opstellen vormt het boek een prettig naslagwerk om integraliteit te borgen na het vaststellen van de missie - visie. De organisatie opnieuw uitvinden en vanuit de basis opnieuw fundamentele vragen stellen komt nadrukkelijk aan bod. Kracht zit soms in de details, zoals wanneer de zelfzorgstrategieën worden benoemd.
Disruptie en instabiliteit vergen weerbaarheid, het onderwijs speelt hierin een cruciale rol. Herbezinning op de maatschappelijke doelstelling, vorm en inhoud is van belang om leerlingen en onderwijsprofessionals hierop toe te rusten. Geen Oerknal, maar een mooie kapstok op de zoektocht naar de Why voor een organisatie.
Wat als we opnieuw zouden beginnen
Recensent: Carin Gabriels, afdelingsleider Pieter Zeeman Lyceum, Zierikzee
Rapportcijfer: 8
Het boek pleit voor een Big Bang in het onderwijs; een krachtige impuls van binnenuit die een school opnieuw in beweging brengt. Hierbij gaat het om de visie op leren zelf waarbij het systeem zelf ter discussie staat en herontworpen moet worden.
Ondanks initiatieven met leren als doel, zijn scholen vaak beperkt in tijd en doen dit onvoldoende systematisch en diepgaand om tot duurzame verandering te leiden.
De auteurs spreken in dit verband ook van leerstoornissen en leerblokkades die op een school aanwezig zijn en aangepakt moeten worden.
Om deze Big Bang mogelijk te maken, bieden de auteurs hiervoor een structuur aan die scholen helpt hun leer-kracht (de persoonlijke ontwikkelkracht van de leraar en de gezamenlijke ontwikkelkracht van de school) systematisch te ontwikkelen.
De structuur beschrijft:
- Het denkkader van wat leren als school echt betekent;
- Het startpunt voor de Big Bang: het persoonlijk meesterschap waar de energie voor verandering vrij moet komen;
- De hele schoolorganisatie waarbij 7 energiebronnen de scholen richting en houvast bieden om collectief sterker te worden.
Deze energiebronnen zijn:
- B -bezielde visie (de richting waar de school naartoe wil)
- I -integraal samenwerken (grensoverstijgend werken en co-creatie)
- G -gedeelde werkplekken (fysiek en mentaal ruimte voor verbinden)
- B -bewust professionaliseren (vanuit de visie collectief leren)
- A -actiegericht onderzoeken (vanuit de praktijk en gericht op handelen)
- N -nodig organiseren (alleen wat echt nodig is in eenvoud en gericht op collectieve kwaliteit)
- G -gedragen leiderschap (uitnodigend, verbindend en verantwoordelijk)
De kern van het verhaal is niet nieuw, maar blijft toch nog steeds actueel; herijk het onderwijs vanuit de kern; wat willen we met elkaar bereiken voor de leerlingen, wat is hiervoor nodig en hoe doen we dat? En dat graag zonder alle beperkingen, kaders en regels die ons denken en handelen nu ‘gevangen’ houden.
