Governancecommissie Funderend Onderwijs
Op 1 januari 2020 is de Governancecommissie Funderend Onderwijs (eerst als commissie Code Goed Onderwijsbestuur) van start gegaan. Deze commissie heeft een tweeledige opdracht:

Wie zitten er in de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur? En wat is hun motivatie? Deze keer stelt Niels Bonenkamp zich voor. Hij is wethouder in de gemeente Landsmeer en toezichthouder bij de Purmerendse Scholengroep (VO) en Tabijn (PO).
“Als je mij vraagt hoe ik ben gekomen waar ik nu zit, dan is dat eigenlijk een vraag waar ik zelf ook nog weleens om moet glimlachen. Tot mijn vijftigste ben ik steeds gegaan waar het momentum zat. Een recruiter zei ooit tegen me: ‘Er zit geen enkele samenhang in je loopbaan, behalve jijzelf.’ En daar heeft hij misschien gelijk in.
Ik ben nu twee bestuursperiodes wethouder, eerst in Oostzaan en nu in mijn eigen gemeente Landsmeer. Met veel plezier. Ik heb het hele fysieke domein in mijn portefeuille: wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit, maar ook economische zaken, sport en cultuur.
Tot vorig jaar combineerde ik dat wethouderschap met mijn baan in het hoger onderwijs, bij de Academie voor Games, Media, Artificial Intelligence en Data Science van BUas in Breda.Voor die tijd was ik vijftien jaar ondernemer in de internationale evenementenindustrie. Ik ben altijd bezigmet dingen in beweging brengen: organiseren, vernieuwen, nieuwe structuren neerzetten. In de politiek en vooral als wethouder kwamen die kwaliteitenecht bij elkaar. Je kunt op lokaal niveau namelijk echt iets betekenen. Je kunt richting geven aan ontwikkelingen in je eigen gemeenschap. Dat vind ik mooi.
Diezelfde motivatie bracht me in de wereld van het toezicht. Toen mijn kinderen nog op de basisschool zaten, ben ik via de GMR betrokken geraakt bij het onderwijs. Ik vind talentontwikkeling erg belangrijk: mensen de kans geven het beste uit zichzelf te halen. Onderwijs is daar de basis voor.
Daarom ben ik me ook steeds verder met toezicht in het onderwijs gaan bezighouden: eerst in een GMR dus, later in raden van toezicht, soms in lastige situaties waar een bestuur en een RvT tegelijk wegvielen en er iets nieuws opgebouwd moest worden. Dat zijn de momenten waarop ik op mijn plek ben. Ik ben niet iemand die jarenlang op dezelfde winkel let; ik open liever de volgende.
Waarom die code zo belangrijk is? Omdat goed onderwijsbestuur niet vanzelf ontstaat. Het is geen vak dat je leert omdat je toevallig een goede docent bent. Net zoals een goede voetballer niet per se een goede trainer is. In het onderwijs zie ik dat nog vaak gebeuren: vanuit de inhoud wordt gedacht dat iemand automatisch leiding kan geven. Maar bestuur en toezicht vereisen iets anders: rolvastheid, reflectie, een open gesprekscultuur, het vermogen om afstand te houden. De code helpt daarbij. Hij geeft taal, richting en kaders, maar is tegelijk geen keurslijf.
Voor mij is een interessante opdracht: hoe houden we het onderwijs en het toezicht bij elkaar? Hoe zorgen we dat beide werelden zich in samenhang blijven ontwikkelen, zonder dat er twee ecosystemen ontstaan die langs elkaar heen werken?
Ik hoop dat de commissie zich steeds verder ontwikkelt tot een plek waar bestuurders en toezichthouders komenmet vragen, dilemma’s, reflecties. Een soort expertisecentrum, waar je kunt neerleggen wat je tegenkomt en waar je iets waardevols terugkrijgt. Geen scheidsrechter, maar een plek die bijdraagt aan de professionalisering van het hele veld.”