Kamer wil snel één doorstroomtoets
Tijdens een debat op 11 december over de doorstroomtoets was er veel eensgezindheid: bijna alle partijen willen terug naar één centrale toets, en wel sneller dan het huidige voorstel van staatssecretaris Becking om dit per schooljaar 2029-2030 te realiseren. Een motie van onder andere D66 om ‘alles op alles te zetten om in 2027 naar één doorstroomtoetsaanbieder te gaan’ werd op 16 december aangenomen. Becking gaf tijdens het debat al aan bereid te zijn om mee te werken aan een versnelling, maar wees erop dat een wetswijziging een bepaalde doorlooptijd heeft.
De staatssecretaris stelde daarnaast dat hij eerst alle puzzelstukjes op tafel wil hebben voor het maken van een integrale afweging wat betreft de toekomst van de doorstroomtoets. Hiervoor moeten nog diverse onderzoeken worden afgerond, onder andere een behoeftepeiling bij scholen. Het debat over de toekomst van de toets kan dan voor de zomer van 2026 worden gevoerd. De functie en inhoud van de doorstroomtoets worden hier ook in meegenomen.
Subsidie brede brugklassen
Moorman (GL-PvdA) pleitte tijdens het debat voor latere selectie en de terugkeer van de subsidie heterogene brugklassen. Hier diende ze ook een motie over in, deze is niet aangenomen.
Spreekvaardigheid
De Kamer stemde op 16 december in met een aantal andere moties. Zo werd de regering verzocht om te onderzoeken hoe spreekvaardigheid meer aandacht kan krijgen in het onderwijs, bijvoorbeeld door dit te borgen in eindtoetsing of inspectiebeoordelingen. Ook wil de Kamer dat de zogenoemde monitor doorstroomtoets wordt uitgebreid met een verdiepende analyse van zogenoemde nulbijstellers (po-scholen die geen enkel schooladvies bijstellen) en dat de nog te bepalen invoeringsdatum van één doorstroomtoets volledig is van lopende contracten van toetsaanbieders.
