Kabinet wil vanaf 2030 naar één doorstroomtoets

Het kabinet wil vanaf schooljaar 2029-2030 terug naar één doorstroomtoets. Dit laat staatssecretaris Tielen aan de Tweede Kamer weten in een brief. Wel blijft de keuze bestaan tussen een digitale en een papieren afname van de toetsen.

Volgens de staatssecretaris blijkt uit de ervaringen van de afgelopen jaren dat volledige vergelijkbaarheid tussen verschillende toetsen moeilijk te realiseren is. Dit kwam ook opnieuw naar voren in de recent gepubliceerde themarapportage Doorstroomtoets van de PO-Raad. Verschillen tussen toetsen kunnen invloed hebben op de resultaten van leerlingen, terwijl de doorstroomtoets juist een belangrijke rol speelt bij het definitieve schooladvies.

In een recent aangenomen motie riep de Kamer de staatssecretaris op om alles op alles te zetten om al in 2027 naar één aanbieder van de doorstroomtoets te gaan. De invoering van één doorstroomtoets vraagt volgens het kabinet echter om een zorgvuldige voorbereiding. Daarom kiest de staatssecretaris voor invoering vanaf schooljaar 2029-2030. Die periode is nodig voor de ontwikkeling van een nieuwe toets, de aanpassing van wet- en regelgeving en een gedegen overgang voor scholen en toetsaanbieders.

Andere ontwikkelingen doorstroomtoets

In haar brief stelt de staatssecretaris dat ook is onderzocht of het mogelijk is om praktische vaardigheden mee te nemen in de doorstroomtoets. Dit blijkt vooralsnog te lastig, zo is geconcludeerd.

Het ministerie onderzoekt daarnaast momenteel hoe en op welke termijn een apart toetsadvies voor het praktijkonderwijs kan worden ingevoerd. Zeker is dat invoering vanaf schooljaar 2026-2027 niet haalbaar is. Voor het einde van 2026 wordt meer duidelijkheid geven over de benodigde stappen en een mogelijke invoeringsdatum.

De staatsecretaris geeft in haar brief verder aan niets te voelen voor het afschaffen van de maatregel ‘bijstellen schooladvies’, omdat er ook veel leerlingen te maken krijgen met onderschatting. Met onze themarapportage ‘Effect doorstroomtoets op het vo’ van afgelopen april en de volgende komend jaar, monitort de VO-raad de gevolgen van de wetgeving Doorstroomtoets en de maatregel ‘bijstellen schooladvies’ als onderdeel hiervan.

Verkenning naar bredere schooladviezen en inrichting onderbouw vo

In dezelfde Kamerbrief gaat Tielen in op de mogelijkheden om leerlingen aan het einde van de basisschool een breder schooladvies te geven, waarover eerder een motie werd aangenomen. Dit zou ook iets vragen van de inrichting van de onderbouw in het vo. Uit een eerste verkenning blijkt dat er onder scholen veel belangstelling is voor het flexibiliseren van de onderbouw, bijvoorbeeld via brede brugklassen en dakpanklassen. Tegelijkertijd signaleren scholen praktische belemmeringen, zoals leermiddelen en toetsen die nog sterk zijn ingericht op afzonderlijke onderwijsniveaus. OCW heeft daarom een inventarisatie gedaan naar de ervaren belemmeringen in het vo. Het ministerie wil, samen met de VO-raad, de Gelijke Kansen Alliantie en expertisecentrum LEPOVO werken aan kennisontwikkeling, kennisdeling en ondersteuning van scholen op dit terrein.

De VO-raad wijst daarnaast ook op het belang van brede scholengemeenschappen, waarbinnen leerlingen naar een andere onderwijsrichting kunnen overstappen zonder van school te hoeven wisselen. De raad wil ook rondom brede scholengemeenschappen tot meer kennisdeling en ondersteuning van scholen komen.

Zie ook:

Ankie Hermans

Senior beleidsadviseur kansengelijkheid, onderwijs aan nieuwkomers, overgang po-vo

ankiehermans@vo-raad.nl