Onderwijstijd: binnen de wettelijke urennormen is er verrassend veel vrijheid

De Wet modernisering onderwijstijd uit 2015 biedt vo-scholen meer speelruimte dan veel schoolleiders en bestuurders zich realiseren. De wet biedt namelijk ruime kansen op meerdere gebieden: ruimte in roosters, in organisatie, in maatwerk én in professionele ontwikkeling. Scholen mogen weliswaar niet onder de verplichte onderwijstijd komen, maar binnen die urennormen is er verrassend veel vrijheid om het onderwijs naar de eigen onderwijs- en schoolvisie in te richten. In dit artikel lees je wat er moet, maar vooral wat er allemaal kan.

Wat zijn de minimale eisen?

De wettelijke urennormen per opleiding bedraagt 3700 uur voor het vmbo, 4700 uur voor de havo en 5700 uur voor het vwo.

En wat mag allemaal? Meer dan je denkt

Binnen deze kaders hebben scholen brede ruimte om het onderwijsprogramma naar eigen visie vorm te geven. Dat betekent:

Die ruimte is geen administratieve voetnoot — het is strategische bewegingsvrijheid. Denk bijvoorbeeld aan:

Maatwerk mogelijk maken zonder het systeem te verstoren

Juist omdat de urennorm per opleiding geldt (en niet per leerling of per leerjaar), ontstaat er ruimte om variatie aan te brengen. Bijvoorbeeld:

Brochure: Ontdek de ruimte - Ruimte in regels in het voortgezet onderwijs

Vanuit de overheid zijn er geen regels voor de lestaak van leraren. Wel gelden er regels voor onderwijstijd voor leerlingen. Is onderwijstijd hetzelfde als lestijd? Moeten alle leerlingen op een schoolsoort evenveel uren onderwijs volgen? Lees alles over onderwijstijd en de mogelijkheden die er zijn binnen de wet om je eigen schoolvisie gestalte te geven in deze brochure van de Inspectie van het Onderwijs.

Praktijkvoorbeelden